vrijdag 7 september 2018

Trip: Cookeilanden: Palmerston - Amerikaans Samoa: Pago Pago

Vrijdag, 27 - dinsdag, 31 juli ‘18_10u (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

Totaal trip:
Resultaten na 84u:
Afgelegde afstand: 482NM
Gemiddelde snelheid: 5,73 kn
Gemiddelde knopen wind: 10kn

Dag1: vrijdag, 27 juli ‘18_21u00 - zaterdag, 28 juli ‘18_21u00
Resultaten na 24u:
Afgelegde afstand: 156NM
Gemiddelde snelheid: 6,5kn
Gemiddelde knopen wind: 11kn
Afstand tot bestemming: 334NM

Met spijt in ons hart verlaten we véél te snel deze unieke plek aan het uiteinde van de wereld! Maar, de moeringplaats wordt nog oncomfortabeler met de wind die er staat en een aankomend front met harde westenwind willen we absoluut vermijden, dus we vertrekken. Jammer van het Beveridge Reef & Niue (onbeschutte moeringplaats), maar het weer beslist voor ons en dus zeilen we naar een ongeplande bestemming, nml.: ‘Amerikaans Samoa’. We hebben nog enkele zeildagen de tijd om ons in te lezen...
Onder het felle licht van de volle maan, halen we onze lijnen van de moering voor Palmerston. 

Dag2: zaterdag, 28 juli ‘18_21u00 - zondag, 29 juli ‘18_21u00
Resultaten na 24u:
Afgelegde afstand: 140NM
Gemiddelde snelheid: 5,83kn
Gemiddelde knopen wind: 10kn
Afstand tot bestemming: 192NM

De vriezer zit nog vol met vis, dus even geen lijntje uithangen. 
Voor het ontbijt bak ik scones à la recept van Fiftieth (Palmerston). Wat is dit een makkelijk recept en wordt gretig gesmaakt door the Captain 😜.

Dag3: zondag, 29 juli ‘18_21u00 - maandag, 30 juli ‘18_21u00
Resultaten na 24u:
Afgelegde afstand: 128NM 
Gemiddelde snelheid: 5,33kn
Gemiddelde knopen wind: 10-2kn
Afstand tot bestemming: 57NM

Alles verloopt rustig aan boord info over Amerikaans Samoa is doorgenomen en  boeken worden verslindt. Nu en dan krijgen we een regenvlagen over ons heen. We vlinderen met een uitgeboomd voorzeil. In de vroege avond valt de wind weg en gaat de motor aan. Zo kunnen we de laatste mijlen controleren om niet in’t donker aan te komen. 

Dag4: maandag, 30 juli ‘18_21u00 - dinsdag, 31 juli ‘18_09u00 (klok verzet LT (Local Time= UTC -11u = -13u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)
Resultaten na 12u:
Afgelegde afstand: 57NM 
Gemiddelde snelheid: 4,75kn
Gemiddelde knopen wind: 2-8kn

Vanaf het opkomen van de zon worden de vislijnen uitgehangen. Land is in zicht, alsook een vissersboot & een containerschip. De laatste mijlen kunnen we weer even zeilen, tot er weer een squall over ons heen komt. Via de VHF vragen we toestemming om de grote natuurlijke baai in te varen. De visgeur van de tonijn-blik-fabriek komt ons meteen tegemoet 👃🏽! 
‘Pago Pago Port Controle’ vraagt om af te meren tegen de grote betonnen kade met mega dikke uitstekende stootbumpers die op een veel te grote afstand van elkaar staan voor plezierjachten. Hier kunnen & willen we onze fragiele dame niet tegen leggen. Ik vraag of we niet meteen mogen ankeren... negatief... uiteindelijk mogen we afmeren naast een kleinere visboot. Hun spoelwater loopt over ons dek en snel sluit ik alle luiken om het binnen droog te houden.
Het is 9u, de klok wordt hier een uur teruggedraaid en dus wordt LT (lokale tijd) 8u.  (UTC -11u = -13u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)


maandag 3 september 2018

Cookeilanden: Palmerston

Woensdag, 25 - vrijdag, 27 juli ‘18_10u (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

We bevinden ons bijna ‘naar het einde van de wereld’, zoals Floortje Dessing in 2015 hier een bezoek bracht voor het gelijknamige reisprogramma. 
‘Palmerstoneiland’ is een afgelegen atol, dat behoort tot de zuidelijke Cookeilanden in de Stille Oceaan, dat in 1774 ontdekt werd door kapitein James Cook, maar pas in 1977, tijdens zijn derde doorvaart, gaat hij aan land.
Het eiland heeft zoals alle atollen een ring van koraal, omringt met meer dan 30 motu’s, omheen een appelblauwzeegroene lagune met een diameter van ongeveer 11NM. Het hoogste punt op het eiland is 6 meter. Het is gekend onder de naam ‘Avarau’(= vele passen/doorgangen), maar geen enkele pas is diep & breed genoeg voor de doorgang van een jacht. Tijdens laag water is de lagoon bijna volledig afgesloten. Hierdoor moeten bezoekende jachten buiten het atol afmeren aan voorziene moerings. Dit afgelegen atol is enkel te bezoeken per boot, aangezien er geen vliegveld is. Een gemiddelde van vijftig tot zestig tal jachten per jaar meren hier af, afhankelijk van de weersomstandigheden en de condities van de afmeerplek, die onbeschermd is voor de oceaandeining. 
Het eiland leek bij ontdekking niet bewoond te zijn, alhoewel er later sporen zijn gevonden van bewoning.
In de jaren 1800 werd er een vertegenwoordiger gezocht voor het eiland, deze werd gevonden in de persoon William Marsters, een Schot/Engelsman die op het Cookeiland ‘Manuae’ (een atol dichtbij Aitutaki) woonde. William Marsters was een opzienbarende persoon in de Stille Zuidzee. Hij was geboren in Engeland en opgegroeid als boerenknecht in Gloucester, Schotland. Hij ging op avontuur als missionaris naar de Cookeilanden. Na aankomst op Rarotonga trouwde hij met een lokale vrouw en in 1862 vestigden ze zich op het eiland ‘Palmerston’. Hij leasde het land van de Britse kroon en Marsters benoemde zichzelf tot predikant van de Anglicaanse kerk. Hij trouwde zichzelf vervolgens met twee, naar ‘Palmerston’ overgekomen, zusters van z'n vrouw en startte zijn eigen kolonie. Na een 18 jaar verblijf op ‘Palmerston’ was hij vader van 60 kinderen. Marsters verdeelde het eiland in drieën, voor elke familie een deel. Hij was tot aan zijn dood in 1899 heer en meester op het eiland. De bevolking van het eiland groeide gestaag en in 1936 woonden er zo'n 100 mensen. De lease op het land wordt nog steeds doorgegeven aan de hoofden van de drie verschillende familielijnen. Momenteel stammen duizenden Cookeilanders af van deze William Marsters en wonen ze verspreid over de Cookeilanden & Nieuw Zeeland. Op het moment wonen er slechts een zestigtal afstammelingen verdeeld over 13 gezinnen. Hiervan zijn er tijdens ons bezoek slechts zestien van aanwezig, de anderen zijn naar Rarotonga voor het festival. We worden ontvangen door de vijfde generatie en ontmoeten hun moeder van de vierde generatie en hun kinderen van de zesde generatie. Ondertussen zijn reeds de eersten van de zevende generatie geboren...
Edward, onze gastheer brengt met zijn aluminium vissersbootje de ambtenaren naar de drie gearriveerde boten. Arthur staat in voor immigratie & douane en Goodly voor agriculture & health en is gelijktijdig ook de burgemeester. De laatste blijft met zijn reddingsvest aan in het aluminium bootje zitten, zodat the Captain daar aan boor moet gaan om de nodige documenten in te vullen. De inklaarprocedure verloopt snel voor ons, aangezien we dit allemaal reeds in Penrhyn hebben gedaan voor de Cookeilanden. Wanneer de drie boten ingeklaard zijn, haalt Edward (Eddie voor de vrienden) de zes-crewleden van de drie boten op en brengt hij ons via een smalle ondiepe pas het atol binnen, de lagoon door naar het dorp op het atol ‘Palmerston Island’ (=Home Island). Als je je dinghy en jezelf wilt riskeren, dan is dit een zeer gewaagd avontuur. Het is dan ook verboden om met je eigen bijboot de pas in te gaan. Hiervoor zijn de lokalen er. Diegene die de VHF-oproep beantwoordt en je helpt met de moering, wordt je gastheer/-familie voor je verblijf, zij zorgen, adopteren je, bekommeren zich over je, zijn verantwoordelijk voor je en brengen je aan land en weer aan boord. Ze verzorgen ook de lunch en doen je was, indien gewenst. Ze stellen hun huis en sanitair (douche) ter beschikking. In ruil vragen ze gereedschap, bootmateriaal, ingrediënten, keukenmateriaal, enz... alles wat ze nodig hebben en kunnen gebruiken, alsook je hulp bij het repareren of construeren is welkom.  
Eddie’s familie verwelkomt ons: Simon (broer), Fiftieth (nicht) & haar kersverse man Will (oorspronkelijk Nieuw Zeelander, wonende in Australië) en Tuaine (moeder). Er staat een lunch voor ons klaar. Wat een welkom. Daarna krijgen we een rondleiding op de kleine motu/eiland, auto’s zijn er niet, wél een quad (van Goodly de burgemeester), enkele scooters en fietsen. We maken kennis met de buren en hun kinderen. Ze zijn net terug van hun vistocht en volop bezig met het fileren van hun vangst. De bewoners van dit eiland verdienen geld met het vangen van papegaaivissen, die ze exporteren naar het hoofdeiland ‘Rarotonga’. Omdat de vissen in de wateren van ‘Rarotonga & Aitutaki’ ciguaterra hebben, kopen & verkopen ze de gezonde vissen die van ‘Palmerston’ komen. Hierdoor is ‘Palmerston’ het eiland dat het grootste aantal vriezers per persoon per wereld bezit! Ze zijn gevuld met versgevangen papegaaivissen. Het is een interessant schouwspel om hen het fileren in snel tempo te zien handhaven, met hun messen. In enkele vlotte bewegingen en in teamverband worden de vissen onderhanden genomen. De ene snijdt de twee filets eruit, een andere snijdt ze van het vel en de laatste haalt de graden eruit. Terwijl we er naar kijken slinken de twee kruiwagens papegaaivissen en wordt de stapel filets in de mand hoger, waarvan de inhoud al snel 30kilo filets telt. Wetende dat ze 400 à 500kg per gezin met het vrachtschip exporteren, dat om de twee (of langer) maanden komt... Drie weken voor het schip komt, beginnen ze te vissen om hun aantal bij elkaar te krijgen. De kippen lusten wél de restjes. De kinderen ruimen de gevallen karkassen op, terwijl ze honderduit tateren en met een strandbal spelen. Per koppel krijgen we een zakje met enkele filets mee. Dat wordt straks weer smullen aan boord. Het is een leuke cruisersbende met de drie koppels van de drie zeilboten.
We zijn benieuwd hoe het vangen van de papegaaivissen in zijn werk gaat en willen ook graag krabben vangen & eten. Eddie organiseert op onze vraag een uitstap voor de volgende dag.  
Weer aan boord, moeten we ons verplaatsen aan een andere meerboei. Eddie & Simon zijn nog bezig met een andere boot te verplaatsen en dus pikken we zelf de meerboei op. De lijn van de moering is super lang en hangt vol vlotters, deze komen door de stroming achter de kiel te zitten... we laten moering weer los. Het is bijna donker en we prutsen een hele tijd met de lange lijn van de kiel af te krijgen, met wat manoeuvreren en geduld lukt het ons en bevestigen we onze lijnen door het uiteinde van de meerboei. Net dan komen onze gastheren hulp bieden... te laat! Het anker wordt tussen de twee lijnen gedropt voor extra zekerheid...
De flopperstopper wordt uit de garage opgevist en uitgehangen voor extra stabilisatie tegen het rollen op de deining. De vermoeidheid na de tweedaagse trip en het bezoek aan het eiland, helpt ons al snel in slaap te rollen... maar echt vast slapen zit er niet in op een rollend schip.
De volgende ochtend staan we klaar met onze tassen gevuld met zwem- & snorkelgerief, wanneer Eddie ons ophaalt. Er staat koffie & thee voor ons klaar bij hem thuis. De was wordt afgegeven aan Fiftieth en zij, Simon & Eddie nemen allerlei bruikbare spullen, materialen, bestek, bekers en etenswaren van ons zes in ontvangst. 
Daarna wordt Eddie’s bootje volgeladen met eten & drinken en een extra bootje met visnet en ander materiaal wordt eraan vastgemaakt. We zetten koers door de lagoon, naar de motu ‘Bird Island’, het vroegere ‘Leicester Island’.
Daar toegekomen vertrekt Simon met het tweede bootje naar het rif om vissen te vangen en Eddie & Will nemen ons mee op modderkrabben jacht. We wandelen door een ‘hao’ tussen twee motu’s. Het is laag water en de ondergrond lijkt inderdaad op modder, onze voeten zakken er een beetje in en de slippers en sandalen zuigen zich vast in de sponsige ondergrond en voelt raar aan. Volgens Will wordt deze laag gevormd door algen en daarin wonen de krabben. Oei, hopelijk hangt er zodadelijk geen krab aan onze tenen 🦀! Al snel zien we honderden modderkrabben lopen tussen de struiken en bomen op de motu. De kunst is om ze langs achter met je hand vast te grijpen aan hun schild. Toch wél een beetje beangstigend met die scherpe krabbenscharen die wild te keer gaan. Een koud kunstje voor Will & Eddie dia al snel twee zakken vol hebben. Ze willen de BBQ nog extra spijzen met kokoskrabben & vogels. Hiervoor gaat Eddie op zoek naar kokoskrabben. Will probeert nog een fregatvogel of boobie (soort Jan van Gent) te vangen. Een kokoskrab vinden we wél fantastisch om te eten, maar een vogel vinden we zielig en dus zijn we er niet rouwig om dat het niet lukt. 
In plaats daarvan bewonderen we de vele Tropic- & Fregatvogels, massa's Boobies (Brown, Masked & Red Footed) en veel sternen. In een aantal van de Boobie nesten zitten al jongen. We komen tientallen jonge Boobies tegen die uit hun nest zijn gehupt. Grappige donsballen ter grootte van een eend. 
Eddie komt zonder kokoskrab terug, jammer... Deze zijn makkelijker ‘s avonds te vangen, overdag schuilen ze.
Simon komt terug met een boot vol rifvissen: Papegaai-, Api’s & nog andere vissen. Het vissen op het rif gaat volgens hen heel makkelijk: net uithangen en de vissen erin drijven. Ook nu weer worden de vissen op een korte tijd schoongemaakt & gefileerd. Voor de BBQ gaan we naar hun Kamp op motu ‘Karakerake’. Een vuur wordt aangestoken met sprokkelhout en kokosomhulsels. De kookpot met water gaat het vuur op en de kokoskrabben worden erin gestopt. Terwijl deze koken, ontpopt Simon zich in een aap en klimt soepel een palmboom in om kokosnoten te oogsten. We slurpen van het verse kokoswater en eten ‘uto’ (=het binnenste van een ontsproten kokosnoot. Het is een bal ter grootte van een grapefruit. De smaak ligt een beetje tussen kokosnoot en ananas in. Voor de Cookeilanders is het een snack. Wij kennen het reeds van in Frans Polynesië (‘pain de coco’) en vinden het lekkerder dan een Bounty 😋). 
De buffettafel wordt klaargezet met: verse rauwe & gebakken vis, gekookte modderkrabben, aangevuld met rijst, pastasalade & vers gebakken focacciabrood (inbreng van de cruisers). Met zijn negen smullen we van al het lekkers dat vers gevangen is. De krab is een echte delicatesse 🦀😋... we kunnen niet meer! Wat een rijke lunch!
Van aangespoelde netten en drijfhout hebben de mannen in hun kamp hele grote hangmatten gemaakt, die tussen de bomen langs het strand hangen. Met een goed gevulde buik schommelen we heerlijk ontspannen in de hangmatten met het mooiste uitzicht van de wereld en genieten van het prachtige rustgevende paradijsje. Dit is weer een unieke belevenis. Want, normaal wordt deze uitstap niet met cruisers ondernomen, het was op speciale aanvraag van ons met een kleine bijdrage voor de benzine. Het was een leuke interessante dag, met veel verhalen en informatie over het eiland, de bevolking en hoe het er allemaal aan toe gaat. 
Ook al komt het vrachtschip slechts om de twee maanden ofzo, toch hebben ze genoeg te eten met wat ze hier vangen en vinden op hun motu’s en in de lagoon. Sommigen proberen nog wat groenten & fruit te kweken op de harde koraalbodem en hoeden varkens & kippen. Ze zijn hier gelukkig en de cruisers vullen hun te korten aan door het ruilen of geven van materiaal & lekkers.
Weer bij Eddie thuis staat er een vieruurtje met thee & koffie met scones & cake op ons te wachten. We bewonderen het wit pluizige wolachtige baby fregatvogel die ze als huisdier grootbrengen en vis voederen. Moe & voldaan worden we weer naar onze dobberende heen & weer wiegende boten gebracht... dat beloofd weer een rollend nachtje te worden. Een beetje wind is welkom, zodat onze dames met de neus in de wind gaan liggen en niet meer op de deining rollen. 
De volgende ochtend wordt onze aandacht getrokken door een groot drijvend donker iets in het water. Is het een walvis? We zien geen fontein, maar het beweegt wél. Met de verrekijker proberen we te ontdekken wat het is. Het blijken twee zeeschildpadden te zijn die elkaar liefhebben!
In de verte zien we twee zeilboten toekomen. Eddie steekt hun lijnen door een meerboei en haalt ons met zijn zessen weer op. Aan land worden de weerberichten bekeken en besproken, vanavond vertrekken we. Ons plan om naar het ‘Beveridge Reef’ te varen en daarna naar ‘Niue’, wordt herzien. Een front komt eraan en zou een verblijf in ‘Niue’ onmogelijk maken door wind & deining, die de onbeschermde moeringplaats oncomfortabel en aan land gaan onmogelijk maakt.
De mannen helpen Eddie & Simon met het herstellen van één van zijn aluminium boten, m.b.v. epoxy, revettang en revetten. De dames maken een wandeling over de motu en brengen een bezoek aan het graf van ‘William Marsters’. De nieuwe cruisers voegen zich bij ons groepje voor de lunch van verse vis met rijst. Zensation schrijfsels en een papieren bootje worden in het logboek van onze gastheer vereeuwigt en dan is het tijd om afscheid te nemen van onze gastfamilie en de andere cruisers.
Dit unieke plekje was een bezoek dubbel & dik waard. Onze geheugens zijn weer aangevuld met onvergetelijke ervaringen en belevenissen!


*Meer info of meer zien over dit eiland:
Zie ‘Floortje naar het einde van de wereld’ 

*Extra info voor cruisers:
Position 18° 02'31"S, 163° 11'39"W
Clearance
See Cook Islands Formalities for complete clearance information.

Edward Marsters
Telecom Cook Islands Ltd , Palmerston Office
Tel:+682 87265, 37616 or 37617 ,VHF Channel 16

Palmerston Island Administration
The Executive Officer , Palmerston Island
Tel:(682)376 20 ,VHF Channel 16

Arrival
On approach (maximum 15nm) call Palmerston Administration on VHF Ch. 16 with your approximate time of arrival. Do this even if you have cleared into the Cook Islands at Penrhyn, Aitutaki or Rarotonga.
Locals monitor VHF Ch. 16, 24h/day so they can assist with mooring/anchoring.
Someone will come out to hook you up to a mooring, or assist with anchoring, and will arrange for the officials to check you in, which takes place on the boat.

Bringing Supplies
The island is very isolated and a supply boat only comes once every 3-5 months. The islanders therefore appreciate it if cruisers are able to carry packages (food) if coming from Aitutaki or Rarotonga. Anyone willing should contact Edward Marsters giving as much notice of the expected departure date as possible.
Edward will contact family members who will bring supplies for you to take to Palmerston (such as eggs, fruit and vegetables).
Gifts of fishing hooks and lures, school supplies or staples, etc. are very much appreciated.







woensdag 1 augustus 2018

Trip Cookeilanden: Suwarrow - Palmerston

Maandag, 23 - woensdag, 25 juli ‘18  (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

Totaal trip:
Resultaten na 49u:
Afgelegde afstand: 314NM
Gemiddelde snelheid: 6,4 kn
Gemiddelde knopen wind: 10kn

Dag1: maandag, 23 juli ‘18_9u40 - dinsdag, 24 juli ‘18_9u40
Resultaten na 24u:
Afgelegde afstand: 163NM op Log, 144NM over de grond
Gemiddelde snelheid: 6,79kn
Gemiddelde knopen wind: 13kn
Afstand tot bestemming: 144NM

Daar gaan we weer, op weg naar een volgend unieke plek. De zeilen gaan op en we zetten koers richting Palmerston. 
De lijnen hangen uit, maar het is pas ergens in de namiddag dat we beet hebben en niet één, maar twee gelijktijdig. Eerst haalt the Captian de zelfgemaakte vislijn binnen, de contouren beraden een redelijk grote vis. Net voor ik de tonijn in het net kan scheppen, is ie weg, gelost van de haak! Het was grote dikke skipjack tonijn. Dan de visstok, ook hier hangt een grote dikke skipjack tonijn aan en we scheppen hem snel in het net en hijsen hem aan boord. Met zijn 80cm lengte en 20cm breedte, is het mooi visje, waarvan we dikke filets snijden. Een deel ervan eindigt als tartaar & poisson cru in de koelkast en de rest in de vriezer, die meteen weer vol zit!
De nacht verloopt rustig.

Dag2: dinsdag, 24 juli ‘18_9u40 - woensdag, 25 juli ‘18_10u40
Resultaten na 25u:
Afgelegde afstand: 149NM
Gemiddelde snelheid: 5,96kn
Gemiddelde knopen wind: 9kn


De rest van de trip verloopt heel rustig en aangenaam. We genieten van de tocht, verse vis en de rust aan boord. 
Om 4u ‘s nachts zakt de wind in, de motor gaat aan en we motorsailen verder richting onze bestemming.
Voor we het weten zijn we er weer... land is in zicht en op VHF horen we de aanwezige jachten in Palmerston roepen dat ze walvissen zien. Het is nog te ver weg voor ons, jammer. 
We horen nog twee andere jachten die onderweg zijn naar het atol. De ene komt net voor ons toe. Op kanaal 16 roepen we Palmerston radio/administration op. Ze laten ons weten welke meerboei we moeten nemen en dat er assistentie komt.
Het atol zelf is niet toegankelijk voor jachten, geen enkele pas is breed & diep genoeg. Hier moeten we buiten het atol, voor het rif  aan een meerboei gaan liggen. Dit wil zeggen dat we blootgesteld zijn aan de oceaandeining, hierdoor is het niet altijd mogelijk of comfortabel om hier te liggen & te overnachten. We hebben het weer & de deining goed in de gaten gehouden omdat we absoluut deze unieke plek wilden bezoeken. 

Zoals afgesproken komt er een aluminium bootje met twee lokalen erin ons tegemoet en helpen met onze lijnen door de lus van de meerboei te steken. Zensation rolt een beetje... Edward, onze gastheer, meldt dat hij straks met de ambtenaren terugkomt voor de inklaringsprocedure. Eens onze dame recht achter de moering ligt, moeten we ook ons anker droppen, voor extra bevestiging.

Cookeilanden: Suwarrow, ‘Anchorage Island’

Maandag, 16 -  mandag, 23 juli ‘18  (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

‘Suwarrow’, ook ‘Suvorov’ & ‘Suvarov’ genoemd, is een onbewoond atol dat onderdeel uitmaakt van de noordelijke eilandengroep van de archipel Cookeilanden. ‘Suwarrow’ was onbewoond toen het werd ontdekt door het Russische schip "Suvorov" op 17 september 1814. Het schip was vernoemd naar de Russische generaal Alexander Vasilyevich Suvorov, die als "Suwarrow" in Lord Byron's epische gedicht Don Juan verscheen.
‘Suwarrow’ is een plekje dat altijd al hoog op onze ‘stopplaatsen’-lijstje stond. Niet alleen omdat het een prachtig natuurpark is, maar omwille van verhalen die we lazen van andere cruisers en een artikel in het maandblad ‘Zeilen’. Dit atol is ook bekend geraakt vanwege Tom Neale, een Nieuw Zeelander, die tussen 1952 & 1977 er zich, met tussenpozen, voor jaren terugtrok. Een kluizenaar ‘pur sang’. Hij schreef hierover en bracht het boek uit: "Een eiland voor je alleen" (origineel: 'An island to oneself'); van en over de man die dit eiland op de kaart zette en er een magisch eiland voor zeilers van maakte toen hij als kluizenaar op ‘Suwarrow’ woonde. 
Nu is het een populaire stop voor westgaande jachten, er komen gemiddeld 140 plezierjachten per jaar. Tom Neale wordt wereldwijd aanbeden en mensen ondernemen hele avonturen, om "zijn eiland" Anchorage Island, waar Zensation nu voor ligt te dobberen, dat enkel per boot te bereiken is, te bezoeken.
Het ringatol ‘Suwarrow’ heeft een doorsnede van circa 10 zeemijl. Op de randen vol koraalriffen liggen met regelmaat kleine lage (max. 5m hoog) zand-,palm- & koraaleilandjes=motu’s, meestal niet veel langer dan een paar honderd meter en slechts enkele tientallen meters breed. Een blauwe lagoonvlakte in verschillende nuances ligt ingeklemd tussen de riffen en eilandjes, de oceaan buldert op het rif. In 1942 deed een orkaan 16 van de 22 motu’s/eilanden, waaruit het atol bestond, onder water verdwijnen.
Momenteel wonen er zes maanden per jaar (mei - oktober) twee parkwachters/rangers op ‘Anchorage Island’, het grootste eiland/motu van het atol, om een oogje in het zeil te houden. De parkwachters worden door een bevooradingsschip hier afgezet met wat materiaal & proviand voor tijdens hun verblijf. Er is hier geen vliegveld of landingsbaan, ze zijn afhankelijk van de natuur, hun proviand en de vrijgevigheid van passerende jachties.
Nadat we geankerd zijn roepen we de rangers via VHF kanaal 16 op en even later komen ze langs de gearriveerde boten om de nodige documenten in te vullen en het parkgeld te ontvangen. De andere reeds aanwezige cruisers komen zich ondertussen even voorstellen en Hanny & Jakob (SY Jonas) komen meedelen dat we onze aankomst met een sundowner op het strand gaan vieren. Onverwacht zijn de vier NL-stalige buddy-boats hier weer herenigd. Ondertussen komt er nog een boot toe. 
Harry & John komen blootsvoets aan boord en heten ons vriendelijk welkom. Aangezien onze bootbuddies al ingeklaard zijn, hebben ze reeds ondervonden dat we alle drie de verkeerde documenten hebben meegekregen vanuit Penrhyn... Parkwachter Harry zucht als hij ons document ziet. “Tja, hetzelfde verhaal als bij Acapella & Bella Ciao! We lossen het wél op bij jullie vertrek.” Ze zitten aan onze kuiptafel en er worden enkele formulieren ingevuld. Ondertussen vertellen ze honderduit over hun werk. “Het accent ligt steeds meer op natuurbeheer en gastheerschap,” legt Harry uit. “Vroeger konden zeilers veel meer hun gang gaan hier. Nu zijn er regels waar iedereen zich aan moet houden. Kokosnootkrabben of langoesten vangen, duiken in de pas, kitesurfen, jetskieën of het bezoeken van andere eilanden mag allemaal niet meer. Maar dan blijft er nog genoeg over,” grijnst hij. John somt rustig de regels van het ‘natuurreservaat’ op. Vooral niet vissen van je boot of in de lagoon en geen visresten of ander voedsel overboord gooien, zodat je geen agressieve haaien lokt en de lagoon een veilige zwemzone blijft. Het parkgeld bedraagt:  50 US$ of 70NZD, dat is een eerlijke wisselkoers. Hoe komt het dat ze het hier, in the middle of nowhere zonder internet of wat dan ook, wél kunnen hanteren en in Penrhyn niet?!
Wanneer we op het strand toekomen, zien we dat onze NL-vrienden de plaats hebben versierd met vlaggetjes & ballonnen: een verrassingsfeestje voor the Captains verjaardag. Leuk. Ook de andere cruisers komen meevieren, allen hebben ze wat lekkers bij en een kadootje voor het feestvarken. De parkrangers klinken mee, de jarige mag de kaarsjes op de verjaardagstaart (de zelfgebakken appeltaart à la Zensation) uitblazen & een wens doen. Een passerend ISS-station maakt er een extra ‘speciale’ avond van op dit unieke plekje in de Pacific. Zo’n verjaardag vergeet je nooit...
De terugtocht brengt wat hilariteit mee, aangezien het ondertussen laag water is en donker, moeten we allen een stukje peddelen en de bijboten naar dieper water voeren door de peddels af te duwen op de koraalbodem. 
De toon is gezet voor de volgende dagen. Met z’n 17, van allerlei verschillende nationaliteiten (deze keer zijn de NL-statige in de meerderheid, nml.:8: 6NL-ers & 2 VL-gen), maken we er dagelijks een gezellige boel van en helpen elkaar met klusjes en dergelijke: rif- & eilandwandelingen, snorkeltrips, dingytochtjes, raamfolie-plaksessies (bij Acapella door the Captain), infosessie Nieuw Zeeland (met dank aan Margarita NZ), teakcleaning van onze kuip (door Captain), kappersmomenten à la Zenstation voor the Captain, Ellen (Acapella) en Ros (Tortuga)(heb ik een roeping gemist?! Hi, hi, hi,...), sundowners & pot lucks.
Bij laag water kunnen we op het rif wandelen en het prachtig kleurrijke koraal bewonderen. Met de onderwatercamera en een natte kont als kado van het opkomend getij & overspoelende golven, probeer ik het moois vast te leggen op beeld. Bruce (Margerita) maakt met zijn drone luchtfoto’s & -filmpjes. Het overkomend oceaanwater zoekt zich een weg tussen het uitgesleten koraal dat kronkelende diepe & ondiepe grachtjes vormen. In de ondiepte van de lagune schuiven de haaitjes zenuwachtig in de oceaanuitlopers terwijl ze hun weg proberen te zoeken naar diepere waterplassen, hun zwarte rugvin glinstert net boven het wateroppervlak. De intense blauw groene kleuren van papegaaivissen flitsen langs onze voeten voorbij. Straks als het water weer stijgt krijgen allen vissen weer hun vrijheid. In de poeltjes liggen ook zeekomkommers, we observeren hun mond met zwarte sprieten, een soort voelhoorns, deze zwiept druk en naarstig opzoek naar eten heen en weer.
Bij laagwater kunnen we het hoofdeiland ‘Anchorage Island’, met de klok mee ronden. Tussen & boven de bomen horen we het gekrijs en gekwetter van vogels, sommige maken rondjes boven onze rondturende hoofden. Ondertussen zoeken honderden krabbetjes een veilig heenkomen in één van de vele gaatjes in de grond, als ze ons horen. Hier & daar moeten we door het water stappen en ontdekken we murenen die zich verschuilen tussen de koraalblokken en nieuwsgierige zwartepuntrif- & grijze haaitjes die even dichterbij zwemmen, om er daarna schichtig  vandoor te gaan.
Tijdens de dinghy- & snorkeltochten gaan we op zoek naar de reuze manta’s. De ene keer zijn ze er de andere keer niet. Plots ontdekken we een volledig zwarte manta: zowel boven- & onderaan, als binnenin ziet hij helemaal zwart, héél uniek volgens de rangers. Telkens als we deze immense dieren majestueus een paar meter onder ons zien zwemmen, vergeet ik soms, van bewondering, te ademen. 
Enkele witte puntrifhaaien zwemmen rustig heen & weer. De dieren trekken zich niks van ons aan. 
Tijdens de pot lucks hebben de parkwachters het naar hun zin, want het is een welkome aanvulling op hun redelijk magere & eenzijdige voorraad eten. Zeker omdat hun generator ‘Woe’ (genoemd naar het Chinees merk) het reeds enkele keren begeven heeft en hun kostbaar beperkt voedsel in de vriezer heeft ontdooid! De zeilers stoppen hen van alles en nog wat toe om te helpen. Van koud bier tot benzine, van groene thee tot een schroevendraaier, enz...
Harry is een professionele bakker, op zijn eiland Manihiki. Na wat aandringen is hij bereidt om ons (vooral de dames hebben hiervoor interesse) een kookdemonstratie ‘brood bakken’ te geven. Hij is hier extra vroeg (om 4u) voor opgestaan en heeft reeds een deeg voorbereid, zodat we de verschillende stappen kunnen zien van het bereiden & rijzen, zonder al te veel tijd te verspelen. Hij doet alle ingrediënten bij elkaar en legt stap voor stap uit wat we moeten doen. Zijn reeds voorbereid deeg moet nog een keer gekneed & gerezen worden. Ondertussen bereidt hij zijn oven. Hij steekt een stuk lege benzineton, die dienst doet als oven, aan met kokosnoten & palmboomschors. Hierop legt hij vulkanische stenen, die de warmte opnemen. Wanneer het andere materiaal opgebrand is, verwijderd hij de assen en zet de bakvormen met brooddeeg op de warme stenen en dekt zijn natuurlijke oven af met een aluminium plaat en enkele jutte zakken & dekens. Het nog te rijzen deeg geeft hij met iemand van ons mee om verder te bewerken en af te bakken aan boord. Ik ben de gelukkige (alhoewel ik het niet zo zie...) en voel de druk, wanneer we een uurtje later de gigantische broden uit de oven zien komen. We besluiten een brood- & belegcompetitie te houden en alles tijdens de sundowner te proeven! Door de grote & de hoogte van Harry’s brood te zien, ben ik bang dat het deeg zal overlopen in mijn oven en kies voor een grotere bakvorm, hierdoor wordt het brood breder, maar minder hoog. Toch is het geslaagd! Tegen zonsondergang staan er allerlei brood- & belegsoorten op tafel, o.a.: uit de broodmachine (Jonas), pan focaccia (Acapella), Harry’s brood, mijn brood (Harry’s deeg) + platbrood à la Zensation met ‘Dukkah à la Zensation’. Nog andere dips & beleg: eiersla (Mango), humus & lookolie (Bella Ciao), augurkensalade (Margarita) en paprika- & tonijnsalade (Tortuga). Alles is lekker en we smullen onze buikjes rond. Allen zijn we winnaars! Ik heb een banantaartje met vanillepudding & slagroom gebakken voor Harry & John, om hen te bedanken.
De heren stellen ons voor aan hun huisdier ‘King George’: een enorme knalblauwe kokosnootkrab. Formaatje basketbal met vervaarlijke scharen. Dit soort krabben klimmen een boom in om een kokosnoot te pakken. Die scharen maken korte metten met de harde bast van de kokosnoot en maken er een gaatje in, zodat ze het vruchtvlees eruit kunnen halen. ‘King George’ is niet van zins om in het donker in een boom te klimmen en kijkt wat zuur voor zich uit, hij wacht op zijn dagelijkse maaltijd waarvoor de rangers zorgen. “Willen jullie er nog meer zien?” is de retorische vraag. Tuurlijk. We lopen naar het huis van de parkwachters en daar wemelt het er van. Nachtjagers op zoek naar voedsel. Sommige zijn blauw, andere rood of oranje. Ze zien er allen om ter lekkerst uit, jammer dat we ze niet mogen opeten...
De rangers vertellen over hun tradities en tonen ons hun ‘begroeting’ in het Maori’s (Harry van Noordelijke, John van de Zuidelijke Cookeilanden). We zijn vereerd dat ze dit met ons delen.
De laatste avond nemen we traditiegetrouw met onze NL-buddies afscheid tijdens een borreltje. Bij het afscheid nemen van de andere jachties en het uitdelen van onze Mahi Mahi (plaats maken in de vriezer, zodat we een ander vers visje kunnen vangen), worden the Captain & ik onverwacht uitgenodigd voor het diner bij de Nieuw Zeelanders van Margerita, waar we van een lekker ijsje proefje gemaakt van een Nieuw Zeelandse vrucht. Een perfecte afsluiter ;-).

De volgende ochtend gaan vier van de acht boten anker op, ieder gaan we een andere kant uit, morgen verlaten de anderen ook dit adembenemend plekje. Maar ‘Suwarrow’ wil ons nog niet loslaten... de ankerketting zit vast. Martin (Acapella) springt met zijn snorkel &duikbril het water in en geeft ons aanwijzingen. De ankerketting zit rond een koraalrots gedraaid. Even wat manoeuvreren en we zijn los. We toeteren & zwaaien allen naar elkaar en bedanken de rangers & iedereen voor de onvergetelijke dagen op dit juweeltje.

vrijdag 20 juli 2018

Cookeilanden: Penrhyn, Omoka - Suwarrow


Vrijdag, 13 juli ‘18  (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

Totaal trip:
Resultaten na 68u30’:
Afgelegde afstand: 400NM
Gemiddelde snelheid: 5,83 kn
Gemiddelde knopen wind: 15kn

Dag1: vrijdag, 13 juli ’18_13u30 - zaterdag, 14 juli ‘18_13u35
Resultaten na 24u:
Afgelegde afstand: 158NM op Log, 158NM over de grond
Gemiddelde snelheid: 6,58kn
Gemiddelde knopen wind: 15kn
Afstand tot bestemming: 237NM

Eén voor één gaan we anker op, met de angst dat het koraal of het eiland hierbij ons niet loslaat, maar alle drie halen we zonder problemen de meters ankerketting in en varen langs de koraalvlaktes en de vlaggenstok-bebakening richting de ‘Taruia’ pas. Met drie en een halve knoop stroom mee, verlaten we het atol en de pas.
Vanop het passagiersschip ‘Nivaga III’ zwaaien & roepen de mensen ons toe. Ook voor hen ligt er een tocht van minstens drie dagen & nachten, zij gaan richting het zuiden naar ‘Rarotonga’, wij varen zuidwest naar ‘Suwarrow’.
Onze bestemming ligt op 400NM van Penrhyn. De zeilen staan en de lunch wordt geserveerd. The Captain wil nog even de zeilen wat bijtrimmen en plaatst zijn kom met tortilla-croques op de kuiptafel. Onze dame schommelt van links naar rechts en een golf zet haar even meer opzij... het kommetje wordt van de tafel gelanceerd en vliegt door de kuip, waar de croques verspreid belanden en alles vol hangt met de dipsausen mayonaise & ketchup! Wat een smeerboel!
‘Zullen we terugdraaien?!’, zegt the Captain. Het is duidelijk een vrijdag de 13de. Ooit heb ik gelezen dat je nooit op een vrijdag mag vertrekken. Nou en dan vertrekken wij nog wél vandaag op die geluksdag, vrijdag de 13de!
Ach het geluk zal wel keren... en ja hoor, daar gaat de vislijn er als een speer vandoor! Snel het voorzeil inrollen, de lijn blijft gaan, dat moet een enorme vis zijn! Ze blijft afrollen en dan... niks meer... zijn we hem kwijt? Is de lijn gebroken? Is de visaas eraf? De lijn wordt ingedraaid, er is geen spanning meer of iets te voelen van gewicht of weerstand. Alles hangt er nog aan, behalve onze vangst... die zal nu jammergenoeg wat moeilijker praten en met een hazenlip rondzwemmen! Enkele uren later hebben we beet aan de twee lijnen, twee kleine skipjack tonijntjes, we schenken ze hun leven in zee weer... zo kunnen ze nog wat groeien.
De avond valt en we hebben mooie rustige nacht, zonder de ‘nieuwe’ maan, maar met een hemel gevuld met duizende sterren en de navigatielichtjes van onze vrienden die als dwaallichtjes voor en achter ons bewegen.
Selfie & George 2.0 vormen een goed team en besturen samen onze dame.
Wanneer de zon opkomt, is er veel bewolking. De batterijen staan wat laag, waarvoor we de motor laten draaien om ze bij te laden.
Iets over de middag hebben we beet aan de vishengel. De blauw, geel & groene kleuren vallen reeds van ver op en in minder dan een half uurtje ligt er een Mahi Mahi aan de haak geslagen in de kuip, met een borrel vodka in zijn graat blaast hij zijn laatste adem uit onder een handdoek. Onze vrienden willen ook een vis en hun hengels hangen werkloos over boord.
Wij mogen onze eerste dag afklokken met een vriezer vol verse vis. Yeah! Zou Neptunus ons beloond hebben voor het schenken van een tweede leven aan de kleien skipjack tonijntjes?!

Dag 2: zaterdag, 14 juli ‘18_13u30 - zondag, 15 juli ‘18_13u30
Resultaten na 24u:
Afgelegde afstand: 130NM op Log, 134NM over de grond
Gemiddelde snelheid: 5,58kn
Gemiddelde knopen wind: 16kn
Afstand tot bestemming: 103NM

We tellen de reeds afgelegde mijlen en de nog resterende mijlen. Er staat meer wind dan voorspeld en we gaan te snel. We moeten afremmen om niet tijdens de avond of nacht aan te komen. Met zijn drie houden we onze snelheid in de gaten en hebben de zeilen gereefd. Hierdoor blijven we allen wat dichter bij elkaar, sneller varen heeft geen zin. George 2.0 wordt uitgeschakeld om energie te sparen en Selfie neemt de teugels alleen in handen.
Wanneer de  zon ondergaat, komt het sikkeltje maan meteen op, maar lang blijft ze niet, maar de vele sterren houden ons gezelschap.
The Captain ziet tijdens zijn wacht een grote rode bol achter hem verschijnen. Wat is dat? De maan dat kan niet en voor de zon is het te vroeg. Volgens een app op de smartphone ontdekt hij dat het ‘Mars’ is. Ook de navigatielichtjes van onze vrienden blijven in het zicht en we beleven weer een rustige nacht, waarin noch de zeilen, noch de teugels van Selfie gewijzigd of bijgestuurd moeten worden. Heerlijk zo en we slapen lekker.
De volgende ochtend spendeer ik enkele uren in de kombuis. Resultaat: twee verjaardagstaarten (appeltaart met taartbodem en ruitjespatroon met rozijnen in rum geweld (boerenjongens!)) een kleine & een grote, kleine voor ons twee vandaag, grote voor allen morgen.
12u01 = reeds 00u01 in BE = 16 juli ’18, the Captain is officieel jarig en het Feest kan beginnen, hier midden in de Stille Zuidzee.

Dag3: zondag, 15 juli ‘18_13u30 - maandag, 16 juli ‘18_10u00
Resultaten na 20u30’:
Afgelegde afstand: 103NM op Log
Gemiddelde snelheid: 5kn
Gemiddelde knopen wind: 15kn

Nog steeds gaan we te snel en hebben nog een nacht voor de boeg. Het grootzeil wordt ingerold en het gereefd voorzeil uitgeboomd.
Acapella & Bella Ciao hebben hun vislijnen weer uithangen. We doen mee, een vers visje bij aankomst smaakt altijd.
Onze dame schommelt van links naar rechts, we lijken wél in een attractie te zitten/staan... vasthouden is de boodschap!
Feestmenu voor the Captains B-Day:
Lunch: Lekkere Thaise soep met Mahi Mahi
Apo: Kippenworst speciale met een rum-cola (voor the Captain)
Diner: gebakken rijst met Chinese citroenkip
Dessert: zelfgebakken appeltaart met slagroom!
De zon gaat onder en ondertussen speuren we de hemel af op zoek naar een ISS ruimtestation dat ons zou passseren. Het sikkeltje maan zien we en hevig fel lichtje ernaast, maar het is ‘Venus’ en niet het ISS.
De nachtwacht verloopt weer rustig en staat vooral in het teken van snelheid in de gaten houden en afremmen indien nodig.
We willen niet te vroeg toekomen, omdat we gebruik willen maken van het zonlicht om de pas binnen te varen en alle bommies goed kunnen zien.
Met z’n drie achter elkaar, Bella Ciao voorop, varen we om 10u de pas door. SY Jonas ligt er reeds en via de VHF worden er nog enkele tips gegeven. Er zouden twee wit geschilderde houten stokken staan, de eerste aan bakboord, de tweede aan stuurboord. We moeten goed kijken & zoeken, alvorens we ze zien. Met bijna drie knopen stroming tegen en raffelend kabbelend water gaan we de pas door.
Tussen de reeds drie geankerde boten, zoeken we een ankerplekje bij de motu ‘Anchorage Island’, de ankerketting rolt af en de visboeien gaan als ankerkettingdrijvers eraan.




Cookeilanden: Penrhyn, ‘Omoka’ & ‘Te Tautua’ deel 2


Zaterdag, 7 - vrijdag, 13 juli ‘18  (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

Met Bella Ciao voorop, varen we met zijn drie achter elkaar de lagoon door. De koraalvlaktes zijn goed zichtbaar met de zon, het gunstige weer en de extra merkpunten, alias vlaggenstokken.
Het water kleurt weer alle tinten blauw! In de verte zien we motu ‘Pokerere’ liggen en in 4m diepte ligt even later ons anker op een zandbodem met kristalhelder rustig water voor het dorp ‘Te Tautua’. Wat een verschil... bijna geen rimpeltje zien we op het water. Wat een slechts lager dan 5m hoge motu kan doen om ons beschutting te geven voor de wind & windgolven... heerlijk! De zwartepuntrifhaaitjes zijn ook helemaal blij en zwemmen om onze dames heen. Meteen worden we verwelkomt door de dominee Marsters en zijn vader Saitu, neef Wallard en nichtje. Ze brengen alle drie de boten een bezoekje, drinken een sapje en eten koekjes. Ze nodigen ons uit om de volgende ochtend bij Saitu de voetbalmatch (België-Frankrijk) te zien en zondag na de kerkdienst voor de lunch bij zijn vrouw, Hakono, thuis. Zelf gaat Marsters er niet zijn, want net zoals zovelen anderen locals, maakt hij zich klaar voor vertrek met een passagiersschip om naar ‘Rarotonga’ te varen aanstaande zaterdag. Omwille van 4 augustus, ‘Onafhankelijkheidsdag’, dat daar een week uitgebreid gevierd wordt (een beetje zoals de Heiva in Frans Polynesië met sport-, dans-, ambachtelijke- & zangwedstrijden & optredens) met bijna alle bewoners vanop de 15 eilanden. Het vervoer is gratis (wordt door de regering betaald of gesponsord, ooit heeft de vliegtuigmaatschappij Air Tahiti het transport geschonken & uitgevoerd!). De bewoners maken hiervan graag gebruik om zo hun familieleden in Nieuw Zeeland & Australië te bezoeken, voorafgaand de start van de feestweek in ‘Rarotonga’.
Ondertussen ben ik aan het tekenen gegaan, we hebben nog geen gastenvlag, dus tijd om nog eens een zelfgemaakte gastenvlag te creëeren. Niet makkelijk om in een cirkel de vijftien sterren te tekenen. Met een mal van een sterretje zijn ze allen hetzelfde en de afstand puzzel ik een beetje tot ze er allen netjes opstaan. De blauwe viltstiften hebben het zwaar te verduren, met het vele blauw... Voor de betekenis van de Cookeilanden-vlag, zie hier onder *.
De volgende ochtend, dinsdag, iets voor 8u dinghieën we met onze Belgische vlag in de hand met Sensationtje naar de wal. Aangekleed en voorzien van attributen van onze driekleur: zwart, geel & rood verschijnen we bij Saitu en zijn vrouw, Roriki. Ook onze Nederlandse vrienden hebben hun ‘oranje’ even achterwegen gelaten en supporteren mee voor onze ‘Rode Duivels’. Iedereen krijgt een Belgisch vlaggetje en de drie-kleur strepen op hun wangen. De sfeer zit er goed in! Roriki zit met haar rug naar tv en wil zich niet omdraaien, ze amuseert zich met het kijken naar ons, ons bezig te zien en lacht vrolijk met ons mee.
Toch wél heel apart deze lokatie, een TV die onder een houten afdakje staat, met een beeld dat niet helemaal scherp is, maar wat wil je aan de andere kant van de wereldbol, in het midden van de Pacific! We zitten hier toch maar mooi naar de halve finale van het WK te kijken, onze eerste live voetbalmatch van het WK trouwens.
We gaan de rust in met 0-0. Een versgebakken focaccia met lookboter à la Zensation houdt de positieve sfeer erin. Alle kansen liggen nog open... Go Belgium, Go Go Go...! Het mag helaas niet zijn...de Rode Duivels verliezen van Frankrijk met 0-1... jammer, maar we hebben veel plezier gehad.
De dagen die volgen maken we wandelingen op de motu, we aanschouwen de adembenemende ‘hao’ (=watergeul tussen elke motu/eiland op de koraalring van een atol), die een groot natuurlijk zwembad tussen de twee motu’s vormt. Aan de oceaankant, aan het rif vinden we prachtige schelpen en paars kleurige verharde stekels van zeeëgels. We maken kennis met nog meer mensen en we hebben een reuze tijd met de bewoners. Terwijl ze hun vis kuisen aan de kade, komen er zeven verpleegsterhaaien en nog wat zwartepuntrifhaaien bedelen om een stukje. De kinderen spelen onbezorgd tussen hen en af en toe krijgen pleegsterhaaien een aai over hun kop of wordt er aan hun staart getrokken... ze laten het allemaal gebeuren! Doctors vogel, een soort Jan van Gent, is véél brutaler & agressief, hij valt iedereen aan wanneer hij honger heeft, hij bijt Martin in zijn vinger en vliegt hij naar mijn benen, terwijl ik hem wil fotograferen!
Overal worden we vriendelijk toegezwaaid en uitgenodigd voor een koffie & praatje. We krijgen bakbanen, broodvruchten & papegaaivissen. Composa, de visser en gulle schenker komt met zijn zoon langs Zensation, hij vertelt over zijn vrouw Nancy, die lerares & schoolverantwoordelijke is. Hij vraagt of we graag een kijkje in de school willen nemen. Dat willen we zeker!
Ondertussen komen onze vrienden in’t dorp een andere juf tegen en die vraagt of we een presentatie komen geven. De school bestaat uit drie klassen: kleuter, lager & secundair, de leeftijden variëren van 3-15jaar en er zijn slechts 13 leerlingen. Met de drie boten gaan we samen zitten en overleggen hoe we het gaan aanpakken. Er worden foto’s & films verzameld, waarvan Reinhilde een fotoreportage maakt; Ellen maakt een filmpje en ik zorg voor een leeslijn om een papieren bootje te vouwen.
Het is woensdag, ook meteen de laatste schooldag en wij zorgen voor een unieke afsluiter van het schooljaar. De kinderen zijn enthousiast, luisteren & kijken met grote ogen naar de filmpjes & foto’s en proberen aan te duiden op een wereldbol waar ze wonen. Dan mogen ze allen een eigen boot maken: een papieren bootje vouwen. Ik voel me weer helemaal in mijn element om nog eens voor een klas te mogen staan en met de kinderen bezig te zijn. The Captain assisteert me en met zijn zessen helpen we de kinderen stap voor stap het papier tot een bootje te plooien. Ze doen het knap en krijgen allen nog een papieren vlaggetje om op hun bootje te zetten. Daarna mogen ze aan de slag met hun creativiteit om het mooi te versieren en een naam te verzinnen om aan hun boot te geven. Wat een leuk halfuurtje, we hebben er allen veel plezier aan beleefd en het was goed teamwerk. Na school komen we heel wat kinderen tegen die trots & spontaan hun afgewerkt bootje komen tonen.
Met de dinghy’s gaan we snorkelen & dinghydriften in de ‘Takuua’ pas, Masters is onze gids. Van Acapella heeft hij zwemvliezen gekregen en van ons een duikbril met snorkel (Tip: vanaf de Caraïben zijn dit de meest gegeerde attributen bij de locals, breng er enkele goedkope mee om mee te ruilen of uit te delen). Onderwater zien we héél wat grote papegaai- & napoleonvissen, kleurrijk groot koraal, zeeschildpadden en allerlei soorten haaien. Een grijze haai cirkelt enkele keren nieuwsgierig om the Captain, ons Sensationtje en mezelf heen, maar kiest gelukkig even later een andere weg!
Bij Hanoko & Marsters, mogen we de was doen en krijgen we assistentie van hun tienjarige behulpzame dochter, Terauakara (Dora om het makkelijker te maken). Ze leent me haar prachtige dansrok met pluimen en leert me enkele Polynesische bewegingen, dat hilarische beelden oplevert ;-), hi, hi, hi,... en best vermoeiend hoor zo met je heupen zwieren als een ‘Hula Hula’-dame. Ondertussen kopieert zoonlief, Doctor heel wat films & series van onze externe harde schijven, terwijl hun kleinzoon, TJ ligt de kirren op een matras in de living.
We krijgen de eer om in nog een ander logboek, dat ook sinds 1987 gestart is en reeds aan een tweede boek toe is, onze woorden & creativiteit achter te laten, zo blijft er weer een stukje van onszelf tastbaar op dit speciale plekje.
We komen heel wat meer te weten over de traditie, kunnen het schelpen polijsten & prachtige weefwerk aanschouwen en leren enkele woorden Maori (*zie hier onder).
Een weervenster kondigt zich aan. Het dorp loopt leeg. De boot komt reeds vrijdag...
Nog snel slacht Marsters & zoon Doctor nog snel één van hun varkens, die netjes kaalgeschoren wordt met scheermesjes.
Vrijdagmorgen nemen we van iedereen afscheid en halen anker op. Bella Ciao neemt een aantal bewoners en hun bagage, zoals: matrassen, kussens en zelfs het geslachte varen, mee naar de overkant, naar het hoofddorp ‘Omoka’. Onder de passagiers bevindt zich een jarig meisje, waarvoor we met z’n allen ‘Happy Birthday’ zingen door de marifoon en, eens weer aan land, een kadootje geven. In de verte zien we reeds het passagiersschip ‘Nivaga III’ liggen voor de pas van het atol. De vervoerbootjes liggen reeds klaar in de havenkom en passagiers & bagage staan rustig te wachten om in te schepen. De windgolven zijn iets afgenomen, maar geen van allen kijken we er naar uit om weer te ankeren tussen de vele bommies en het diepe water met weinig zicht. Toch kunnen we er niet onderuit. We moeten hier weer uitklaren. Nog even langs Blue Sky om onze rekening te vereffenen en NZ$ op te halen.
Tijdens het ankermanoeuver gaat het mis... the Captain komt naar voor om de eerste ankerbal aan de ankerketting te hangen, maar schuift uit en valt in de ankerbak met zijn borstkast op de ankerbal! Zijn adem wordt even afgesneden en we zijn beiden van de wijs. Toch ankeren we verder en bij het in achteruit zetten van de schroef, om aan de ketting te trekken, draait de lijn met de waterfilter, die achteraan de boot hangt, in de schroef! Gelukkig snijdt onze touwsnijder, die aan de schroefas zit, de lijn door,...weg waterfilter. The Captain gaat voor de zekerheid de schroef checken met zijn snorkel, de lijn is weg. O, o,... welke dag is het? Lucky day: vrijdag 13de!
Nogmaals bedankt voor het vertrouwen en jullie ongelooflijke service Blue Sky! P.S.: de hotspot werkt beter in ‘Te Tautua’ dan in het hoofddorp ‘Omoka’.
Ben, douane/politieagent, is spoorloos. We hadden hem reeds eerder van de week gemaild over ons geplande vertrek en gisteren enkele malen proberen te bellen, maar geen gehoor... Aan iedereen die we tegenkomen vragen we hem te bellen en te zoeken. Na meer dan een uur is hij eindelijk terecht. Hij heeft weinig tijd en is ongeduldig, want de boot gaat vertrekken en hij wil zijn familie uitzwaaien. Snel snel moeten we weer een reeks documenten invullen, krijgen een stempel in ons paspoort en een document voor onze volgende bestemming: ‘Suwarrow’. Hij had beter de papieren tijden inklaren reeds gegeven, dan hadden we de documenten klaar gehad bij uitklaren. We vragen onze US$ terug om het bedrag in NZ$ te geven, nu we deze eindelijk bezitten, maar dat kan niet, die heeft hij reeds niet meer... Die zal zijn familie meehebben naar ‘Rarotonga’ om daar op de bank om te wisselen. En van Andrew? Geen spoor...
Vanop onze dames toeteren & zwaaien we de vertrekkers in de vervoerbootjes, die hen naar het passagiersschip ‘Nivaga III’ brengt, uit.

Enkele woorden in het ‘Maori’:
Kia orana= Goede dag
Popagi= goede morgen
Aeve va= tot ziens
Peea koe= goede morgen
Meitaki= bedankt


*Betekenis vlag:
De vlag van de Cookeilanden is gebaseerd op het traditionele ontwerp voor vlaggen van Britse Kolonies in Oceanië. De basis van de vlag is een blauw Brits vaandel waar de vlag van het Verenigd Koninkrijk in het kanton staat. Deze vlag symboliseert de band met Nieuw Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Aan de rechterkant staan vijftien witte sterren in een cirkel; zij symboliseren de vijftien eilanden die de Cookeilanden vormen en, als symbolen van de Hemel, het geloof in God. Het blauw in de vlag symboliseert officieel de oceaan.

P.S.: we gaan met een aantal cruisers die slachtoffer geworden zijn van de oneerlijke wisselkoers ons verhaal & klacht doormailen naar de Cookeilanden autoriteiten. In de hoop hierbij in de toekomst er een eerlijke wisselkoers wordt toegepast.
Weten zij van deze praktijken die door hun beambten in Penrhyn worden uitgevoerd?









Cookeilanden: Penrhyn, ‘Omoka’ & ‘Te Tautua’ deel 1

Zaterdag, 7 - vrijdag, 13 juli ‘18  (UTC -10u = -12u tijdsverschil met BE(=UTC +2u)!)

We zijn aangekomen in een nieuwe eilandengroep in de Stille Zuidzee, nml.: de Cookeilanden  (Engels: “Cook Islands”, in’t Māori (Polynesische taal): “Kūki ‘Āirani’ “). Het is een archipel van 15 eilanden in de Grote Oceaan (Oceanië). De hoofdstad van de Cookeilanden is ‘Avarua’ op het hoofdeiland ‘Rarotonga’. De 15 eilanden hebben een totale landoppervlakte van 236 km² en liggen verspreid over een zeeoppervlak van 2,2 miljoen vierkante kilometer oceaan (= oppervlakte zo groot als India!). De eilanden zijn onderverdeeld in twee groepen: de Zuidelijke Cookeilanden, waarop de bevolking van ongeveer 10.000 (waarvan 90% van Polynesische oorprong, de resterende 10% Europees en Aziatisch) grotendeels is geconcentreerd; en de Noordelijke Cookeilanden. De negen Zuidelijke Cookeilanden (Manuae, Atiu, Mangaia, Mauke, Mitiaro, Palmerston, Takutea, Aitutaki, & Rarotonga) zijn in verhouding hoger en jonger dan de zes Noordelijke (Manihiki, Pukapuka, Nassau, Rakahanga, Suwarrow & Penrhyn’), die alle atollen zijn. Ook onder de Zuidelijke Cookeilanden bevinden zich enkele eilanden die feitelijk een atol zijn (* meer hier over zie onderaan). Het hoogste punt van de Cook Eilanden is de ‘Te Manga’ (652 m) die zich op het hoofdeiland ‘Rarotonga’ bevindt. De Cookeilanden liggen op de grootste tektonische plaat van de wereld. Geologisch gezien, zijn de oudere Noordelijke Cookeilanden alle geëvolueerd in atollen zonder ondergrondse grotten. Al deze atollen liggen op het onder water gelegen Manihiki Plateau, dat op zo'n 3000 meter diepte ligt. De Zuidelijke Cookeilanden, die jonger zijn en ongeveer 90% van de totale landoppervlakte bedekken, hebben een vulkanische oorsprong.
Volgens legenden arriveerden de eerste Polynesiërs op de Cookeilanden per kano vanuit Frans Polynesië in 1200 AD. Maar opgravingen duiden erop dat de Cookeilanden al in de zesde eeuw voor het eerst bevolkt werden door Polynesiërs, die vanuit het zuidoosten, uit het nabijgelegen Tahiti migreerden. Van oorsprong zijn de bewoners nauw verwant aan de ‘Maori's’. De eerste Europeaan, die de Cookeilanden ontdekte, was de Spaanse ontdekkingsreiziger Alvaro de Mendaña. De Spanjaarden waren in die tijd meer geïnteresseerd in een snelle route tussen Peru en de Philippijnen, dan in kolonisering van de eilanden. Het was captain James Cook, die op z'n ontdekkingsreizen door de Pacific, in 1773 en 1777 de eilanden in kaart bracht. Hij noemde de eilanden de ‘Hervey Islands’. Hoewel Captain Cook enkele weken in het gebied verbleef, miste hij Rarotonga. Dit eiland werd enkele jaren later waargenomen door captain William Bligh van de Bounty (nog voor de muiterij) en werden de eilanden uiteindelijk zelfs bezocht door de muiters van de Bounty (enkele weken na de muiterij). De Russische cartograaf, John von Krusenstern gaf de eilanden, ter ere van Cook, omstreeks 1820 de naam "Cook Islands".
In de late 19-de eeuw dreigde Frankrijk vanaf Tahiti de Cookeilanden te koloniseren. De Cook-eilanders zochten bescherming bij de Engelsen. Op 4 augustus 1965 werden de Cookeilanden onafhankelijk. Door middel van een vrije associatie zijn de eilanden verbonden met Nieuw Zeeland en hebben alle inwoners een Nieuw Zeelands paspoort.
De lokale taal is het Cook Islands ‘Maori’. Deze taal heeft veel gelijkenis met andere Polynesische talen. Engels is de tweede taal, die door vrijwel alle inwoners wordt gesproken. Dus even weer wat anders na meer dan een jaar Frans gesproken te hebben... Maar ook elk eiland heeft een dialect = ‘Island Lingo/Reo’, hier in Penrhyn/Tongareva = Tonagareva lokale taal.
Volgens de reisgidsen & pilots, dobberen de Cookeilanders het liefst de hele dag op zee, praten, eten en drinken wat. Alles gaat er relaxed aan toe. De eilandbewoners zeggen zelf: “Er is hier zo weinig te doen, dat je je niet schuldig hoeft te voelen als je niets doet.”
Op veel gebieden zouden de Cookeilanden overeenkomen met het naburige Frans-Polynesië: het landschap, het weer en de warmte & hartelijkheid van de mensen zijn op beide archipels nagenoeg vergelijkbaar. We zijn benieuwd!

We hebben gekozen om naar het meest noordelijke eiland van de archipel te varen, omdat we graag van de ‘meest genomen route’ afwijken, hier slechts weinig cruisers komen (10 à max. 15/jaar), vanwege het weer en de route & eilanden die we nog willen varen & bezoeken. Onze NL-vrienden van Acapella & Bella Ciao, waren niet van plan deze kant uit te gaan, maar het weer besliste voor hen... dus liggen we hier gezellig met z’n drietjes in de lagoon.
Het eiland ‘Penrhyn’ is een enorm groot atol (90 km²: 24km lang & 14km breed), het heeft een omtrek van 77 km en een landoppervlakte van 9.84 km². Het ligt op de hoogste onderwater vulkaan van de Cookeilanden, die 4876 m onder het oceaan oppervlak ligt. Het hoogste punt van het atol is nog geen 5m boven het zeeniveau, hierdoor is het erg kwetsbaar voor de stijging van de zeespiegel.
‘Penrhyn’ behoort tot de afgelegen noordelijke groep van de Cookeilanden, dat slechts sporadisch wordt bezocht door toeristen. Penrhyn (ook wel ‘Tongareva, Mangarongaro, Hararanga & Te Pitaka’) is het grootste en meest afgelegen atol van de Cookeilanden en bevindt zich 1365 km ten noordoosten van het hoofdeiland ‘Rarotonga’, op zo'n 9 graden ten zuiden van de evenaar. Er is slechts sporadisch een vlucht (via ‘Manihiki’) tussen ‘Rarotonga’ en ‘Penrhyn’.
Het Penrhyn atol heeft twee dorpen: het hoofddorp ‘Omoka’, hoofd van de Penrhyn eilandraad, bevindt zich op het eiland/motu ‘Moananui’, in het westen van de atol; en het dorp ‘Te Tautua’ ligt op het eiland/motu ‘Pokerere’, ten oosten van het atol. Op Penrhyn wonen ca. 350 mensen, verdeelt over de twee dorpen. Veel jonge gezinnen trekken naar ‘Rarotonga’ of ‘Nieuw Zeeland’ in de hoop op werk en inkomen.
Het anker valt tussen heel wat koraal voor het hoofddorp ‘Omoka’, we krijgen niet de tijd om te checken of het anker vast zit of alle lijnen op te schieten, of we worden reeds overrompeld door een aluminium bootje dat onze dame haar romp ramt, met twee beambten erin! Andrew: migratie/gezondheidsinspectie & Ben: douane/politie komen op blote voeten (wat een pluspunt +!) aan boord. Ze heten ons warm welkom en maken een gezellig praatje, terwijl wij een hele resem documenten invullen. Hun Engels klinkt aangenaam en hun stopwoordje ‘Hey’, klinkt grappig & vertrouwd van NZ series & films. Officieel mag er geen vers voedsel binnengebracht worden, maar zolang het aan boord blijft en we op alle papieren ‘NIL’ (=nul/géén) invullen, is er geen probleem ;-). Verdere details en hoeveelheden van voedsel, planten, alcohol, enz... moeten we allen als ‘NEEN’ of ‘NIL’ aankruisen, niet te eerlijk zijn, ze halen niks weg, doen niet moeilijk, relax... ze drinken terwijl een sapje en praten erop los. Het gastenboek, dat sinds 1987 in gebruik is, wordt door ons ingevuld. Er zijn sinds die tijd geen Belgen geregistreerd. Er was wél een boot die onder Belgische vlag vaarde, maar de eigenaars & crew waren Fransen, dus dat telt niet! (=Valse Belgen die omwille van goedkopere bootregistratie voor België kiezen en daardoor onder Belgische vlag varen, zo varen er veel Spanjaarden & Fransen rond!). Met slechts 10 à maximum 15 boten per jaar die hier naar toe komen, omdat het niet op de ‘route’ ligt, en wij als eerste Belgen het boek intekenen, voelen we ons toch een beetje als de vroegere ontdekkingsreizigers... zouden we echt de eerste ‘Belgen’ zijn die hier voet aan wal zetten?! Alleen al bij de gedachten krijgen we kippenvlees...
We krijgen informatie over een bezoek aan de kerk tijdens een dienst op zondag. Want op zondag is het verboden om iets te doen (zowél voor de bewoners als voor ons): spelen, zwemmen, vissen, snorkelen, varen, enz., uitgezonderd naar de mis gaan en daarna bij iemand gaan eten.
Bij de vraag waar we wat kunnen eten of drinken en internet scoren, krijgen we een luid gelach! Niet op dit atol, geen snack, geen bar of restaurant. Voor internet moeten we een voucher kopen bij Blue Sky en die is pas maandag om 10u open. Online lukt het niet...
Dan komt het minst leuke onderdeel van het inklaren: betalen! Na meer dan een jaar gratis van archipel naar archipel & van eiland naar eiland te hebben gevaren in Frans Polynesië, is het vanaf nu weer betalen bij het in- & uitklaren!
Aan Andrew moeten we 20 NZ$ (gezondheidsinspectie) & 10 NZ$ (biosecurity: insecticidespray, zoals ze in de cabine van een vliegtuig spuiten, waarvan hij een ienimienie pufje in de boot spuit!); aan Ben betalen we 90,50 NZ$ (= 40 NZ$/paspoort + 2,50NZ$/dag voor de boot). In totaal dus 120,50 NZ$. We hebben wél een probleem, namelijk dat we geen NZ$ hebben. Vooraf hebben we hier niet bij stilgestaan en voor ons vertrek in Tahiti & Bora Bora hebben we nog een aantal banken bezocht, maar nergens konden we het geld verkrijgen. Er wordt verwacht van ons dat we meteen betalen. Er is wél een bank (kantoortje) in het dorp, maar die is gesloten (zaterdag) en heeft geen ATM of wisselt geen geld. Dan maar met Amerikaanse dollars betalen. Wat is de wisselkoers? Ze rekenen: 1 op 1! Excuseer: dat is bijna 30% extra dat ze krijgen!!! Ik toon hen screenshots van de wisselkoersen, maar ze zeggen dat ze het niet weten, terwijl ze het zwart op wit (=zelfs in kleur op de smartphone) zien en ze hebben hier ook internet waarop ze dagelijks de wisselkoers kunnen bekijken! Er valt niet over te onderhandelen! Nou, daar houden we toch een wrang gevoel aan over!
In de havenkom ligt een vrachtschip. Er komen twee verschillende vrachtschepen met goederen: één om de drie (van Rarotonga & NZ) en één om de zes maanden (van Hawaï). Volgens de beambten liggen we te dicht bij de vaargeul voor het vrachtschip en moeten we ons verplaatsen. Maar aangezien die pas maandag vertrekt en het ondertussen bijna donker wordt en we morgen (= zondag) niks mogen doen, zal het tot maandag moeten wachten.
De nacht verloopt choppy, de ankerplek is niet ideaal met deze wind, de windgolven bouwen zich op in de grote lagoon... gisteren was het te laat om nog te verkassen naar de overkant van de lagoon, naar het andere dorp en vandaag mogen we niet, zondag, weet je nog!
Een dinghytochtje is ook een uitdaging, door de windgolven zullen we het niet droog houden. Zullen we dan de kerkdienst maar overslaan? Het zou blijkbaar hier toch wél een heel aparte gebeurtenis zijn en dat willen we eigenlijk wél eens zien. Dus snel wat aangepaste kleding die aan de voorschriften voldoen (= dames: lange jurk met mouwen en een hoed; heren: lange broek met hemd; Slippers mag) uitzoeken en snel Sensationtje optuigen & lanceren. Met een K-way overaan, varen we de golven tegemoet. We komen redelijk droog toe en wandelen door de straat naar de kerk. Ben komt op zijn scooter ons achterna met een prachtige hoed van witte voile, maar als hij mijn hoed ziet, krijgt die haar goedkeuring. Onze eerste stappen op het eiland en indrukken volgen, er rijden slechts enkele auto’s, we zien vooral 4-takt scooters. Iedereen zwaait en roept ‘good morning’. Andrew zit bij de kerk onder een palmboom met enkele andere bewoners. We worden voorgesteld en komen meer te weten over het eiland, bewoners en inkomstenbronnen (met ‘rito’, kokosvezel die ze koken, weven ze hoeden, waaiers, matten, juwelen, enz, alsook met gepolijste schelpen, dat allemaal naar het hoofdeiland ‘Rarotonga’ (waar toerisme is) worden verscheept en daar verkocht worden). De secretaris van de kerk, Ru, zegt ons wanneer we naar binnen moeten, vertelt ons over de Anglicaanse kerk en meldt ons dat we in de kerk niet mogen fotograferen. Een meerderheid (75%) van de inwoners is aanhanger van de Cookeilandse Christelijke kerk, terwijl de overige 25% de Katholieke kerk aanhangt.
In de verte horen we trommels & blaasinstrumenten, de brassband komt eraan,
We mogen de brassband nog even zien toekomen en een foto maken, maar dan moeten we snel voor hen naar binnen, Andrew wacht ons reeds op en leidt ons naar een plaats. Dan komen de boys-& girls-brigade en gidsen binnen, ze lijken wel op padvindertjes, allen mooi in uniform. Bij de laatste bel komt de priester. Achter ons zitten dames in prachtige kleurrijke jurken en fleurige hoeden. Voor ons zitten de boys-brigade en rechts de gidsen & girls-brigade.
Ru opent de dienst met enkele woorden ‘Maori’ en heet ons speciaal in het Engels welkom. Veel wordt er niet gesproken tijdens de dienst, we begrijpen ook niks van het ‘Maori’s’, maar genieten des te meer van de mooie klanken van de vele liederen die zelfs drie stemmig gezongen worden. Ook de dominee bedankt ons nog eens extra in het Engels en wenst ons een veilige verderzetting van onze reis. Na de dienst maken we nog een praatje met verschillende mensen, alsook met de havenmeester, die ons nog eens meldt dat het vrachtschip maandagnamiddag vertrekt en we in de vaargeul liggen.
De dinghytocht terug verloopt wat wilder & natter. We stoppen nog snel bij Acapella voor een stuk Mahi Mahi, die ze gevangen hebben. Druipnat arriveren we weer aan boord. Dat wordt douchen met kleren aan! We wassen het zout uit onze haren & kleren... tot zover dat we NIKS mogen doen op zondag!
Oeps ondertussen is het reeds namiddag, we waren al om 9u aan wal, 10u15-11u15 kerkdienst (gestart met vertraging van een studentenkwartiertje), nog wat praatjes, een Acapella stopje en weer aan boord iets voor 13u! Dat wordt meteen maar lunchen en het ontbijt overslaan...
‘s Nachts trekt de wind verder aan en de windgolven & deining worden groter. Onze dame gaat wild op & neer! De ankerketting en het touw met haak (die de ankerwinch ontlast) zien af, ze kraken & snokken! Slapen zit er niet echt in en regelmatig gaat één van ons een kijkje nemen buiten. Iets voor vier uur sta ik net op de trap om weer even te gaan kijken, wanneer ik plots een knal hoor! Wat is dat?!
Meteen staan we met z’n twee buiten om te kijken. Dek- & kuiplichten gaan aan. Het touw met de haak is doorgeknakt: haak weg! Meteen halen we een nieuwe haak onder het bed vandaan en wordt ie aan een ander touw gedaan... we zijn er even zoet mee. Een extra lijntje wordt voorzien aan de haak en vastgemaakt aan de reling, als het touw weer knakt, kunnen we zo de haak nog redden! (Dit had ik reeds meerdere keren geopperd, maar ja... ). We zijn moe en de choppy ligplaats beu! Zouden de anderen slapen, zou iemand onze nachtelijke bezigheden hebben opgemerkt? Hopelijk houdt de ketting het uit. Zelf doen we geen oog meer toe en zijn we blij wanneer het eindelijk licht wordt.
Maandag, we willen een internet-voucher en dus zorgen we dat we tegen 10u aan het Blue Sky-kantoortje zijn, dat op twintig minuutjes wandelen aan de andere kant van het dorp ligt, bij het zonnepanelenpark & de elektriciteitscentrale. Hier geen brullende generator die op stookolie draait zoals in Frans Polynesië. De mensen zijn hier milieubewust bezig en willen alles biologisch vriendelijk maken: auto’s & scooters gedreven op zonne-energie.
Bij de vriendelijke dame van Blue Sky zouden we NZ$ kunnen bekomen, maar haar man, die het allemaal regelt, is even naar het andere dorp, dus kan het pas tegen vrijdag of maandag, als we weerkeren naar het hoofddorp. Maar voor enkele US$ in krediet kunnen we reeds een internetvoucher verkrijgen. Wat een service! En vanaf we internet hebben kunnen we via hun persoonlijke mail, bij hen extra vouchers bestellen en met PayPal betalen, handig.
Onderweg krijgen we een lift van een man, die blijkbaar de eigenaar is van het enige winkeltje op het atol. Het winkeltje bestaat uit allerlei verschillende kamertjes die voor ons geopend worden. Wat we zien is een warreboel en onoverzichtelijke stapels. Vooral tweedehandskleding, wat blikvoer en een vriezer vol met vlees heeft hij te koop. Flessen drinkwater heeft hij niet, ze filteren & koken hun regenwater en vriezen het in... nou, dan zullen we dat vanaf nu ook moeten doen. Ik pas een prachtige geweven hoed en als ik naar de prijs vraag, zegt hij:’ een kado voor jou’, samen met nog verse citroenen uit zijn tuin, brengt hij ons tot aan het dok. Wat een lieve, vrijgevige man!
We hebben wat we willen en halen met zijn drie meteen anker op om koers te zetten naar het andere dorp, ‘Te Tautua’ in het oosten van het atol.

*Meer over de geologie van de 15 Cookeilanden:
In de Cookeilanden komen vijf soorten eilanden voor: Hoog eiland (een eiland met vulkanische oorsprong): ‘Rarotonga’ (het hoofdeiland); Laag eiland (een eiland dat ontstaan is als gevolg van sedimentatie op een koraalrif of door opheffing, zoals bij een "Raised Atol"): ‘Atiu, Mangaia, Mauke & Mitiaro’; Zandbank (een klein eiland of motu, dat gevormd is uit zand en koraal): ‘Nassau & Takutea’; Bijna Atol (= een atol, die nog niet volledig gevormd is): ‘Aitutaki’; Atol (een ringvormig eiland van koraal, dat ontstaan is door relatieve zeespiegelstijging & landerosie): ‘Manihiki, Manuae, Palmerston, Pukapuka, Rakahanga, Suwarrow & Penrhyn’

Het betaalmiddel op de Cookeilanden is de New Zealand Dollar:
De regering van de Cookeilanden geeft Cook Island Dollars uit (zeer kleurrijke biljetten en vreemdvormige munten), met een zelfde waarde als de Nieuw Zeelandse dollar, NZ$, die ook als wettig betaalmiddel worden geaccepteerd. Er zijn munten van 5, 10, 20 & 50 Cents, 1 & 2 NZDollar. Bankbiljetten zijn er van 5, 10, 20, 50 & 100 NZDollar.
Wisselkoers:
1NZ$ = 0,58€, (1€= 1,72 NZ$)
1US$ = 0,86€ (1€= 1,15 US$)
1NZ$ = US$ (0,6726US$= NZ$)
totaal $120,50 NZ =69,94€ =81,047 US$!